
Op 17 december 2022, op de dag af 78 jaar nadat Albert Faber is gefusilleerd is door de nazaten een gedenkteken onthuld op de plaats van zijn voormalige woning (destijds Traayweg 2). Voor dat de familie Faber de woning betrok werd deze bewoond door de gezusters Kuijt. Zij zijn in de Tweede Wereldoorlog vermoord omdat ze van joodse afkomst waren. Ook voor de gezusters is tegelijkertijd een gedenkteken onthuld. Op 9 december 2022 is op de voormalige plaats van de woning op het landgoed Wallenberg, waar de familie Löwenthal is ondergedoken geweest, een gedenkteken onthuld.
Albert Faber is geboren op 10 september 1907 in Huizum (Leeuwarden). Hij was de zoon van Boele Faber (28 juni 1870 Bergum) en Aukje Veenstra (26 juni 1875 - 25 mei 1954). Hij huwde met Jeltje Halbesma.
Rudi Karl Albert Beeskow is op 31-1-1921 geboren in Stettin. Stettin lag destijds in Duitsland, maar werd na de oorlog toebedeeld aan Polen en draagt nu de naam Szczecin.
Leonora Kuijt en Jeannette Kuijt zijn beiden in Amsterdam geboren, maar hebben een aantal jaren in Austerlitz in de voormalige woning Traayweg 2 gewoond.
Het jonge joodse gezin Löwenthal-Hoek werd op 21 januari 1944 bij een serie van 5 invallen in Zeist opgepakt op het landgoed Wallenberg. Uit het feit dat er geen onderduikgever werd gearresteerd kan opgemaakt worden dat het ging om de leegstaande woning Wallenburg 3 aan het fietspad van Austerlitz naar Soesterberg.
Wethouder Walter van Dijk en twee kleinkinderen onthullen het gedenksteentje.
Op 16 oktober 2025 is voor de woning Oude Postweg 102 in Austerlitz door de vereniging Geheugen van Zeist in samenwerking met de Stichting Lokaal Austerlitz, een gedenksteentje gelegd ter ere van de voormalige bewoner Jacobus de Blom.
De in Rotterdam in 1886 geboren Jacobus (Co) de Blom heeft na de scheiding van zijn vrouw Antje de Blom- van Gammeren voor, tijdens en na de Tweede Wereldoorlog een winkel van Sinkel gehad aan de Oude Postweg 102. Twee, al in Austerlitz woonachtige, zoons trokken Co na zijn scheiding naar Austerlitz. In 1942 besluit Co het Joodse gezin Lever te helpen, die een onderduikadres nodig hebben. Het Joodse echtpaar Levie Lever en Floortje Lever-Woudhuijsen heeft in die tijd een lampenkappenwinkel in Utrecht. Levie is geboren in Utrecht en Floortje in Amsterdam. Het gezin woont dan aan de Biltstraat. In 1942 moeten zij zich net als alle andere Joodse mensen melden in Amsterdam. Levie heeft al voorzorgsmaatregelen getroffen door goederen en geld onder te brengen bij buren en zijn boekhouder Peter de Graaf. Het echtpaar en hun kinderen Harry en Judith duiken onder bij de zus van Floortje in Hilversum.
Als boekhouder Peter de Graaf bezoek krijgt van jodenjagers, die de verblijfplaats willen weten van het echtpaar Lever, brengt Peter direct de dag daarna het gezin over van Hilversum naar de Oude Postweg 102. Hier krijgen ze na een aantal dagen te horen dat Peter de Graaf is gearresteerd en weer moet het gezin Lever naar een ander adres. Ze gaan naar de ouders van de schoondochter van Co en Antje in Rotterdam. Het duurt niet lang, want ook daar is het niet veilig. Het gezin komt weer terug naar Austerlitz. Waarschijnlijk is er verraad in het spel en het gezin Lever besluit zich op te splitsen. Levie duikt onder in Utrecht, zijn vrouw Floortje en dochter Judith in Zuilen. Zoon Harry duikt onder op een ander adres. Er blijven wel een paar koffers achter in het huis aan de Oude Postweg 102.
Co wordt, net als zus Eva van Floortje en de man van Eva, Frans van den Wijngaart, op 8 oktober 1942 gearresteerd. Eva wordt via kamp Westerbork gedeporteerd naar Auschwitz, waar zij op 22 oktober wordt vermoord. Co en Frans komen na vijf maanden gevangenschap in de Weteringschans, kamp Amersfoort en kamp Vught weer vrij. Co komt dan weer thuis in Austerlitz. Voor het hele gezin Lever loopt het slecht af. Ze worden alle vier gearresteerd. Levie (68), Floortje (57) en Judith (31) worden op 19 februari 1943 in Auschwitz vermoord. Zoon Harry (27) wordt op 9 april 1943 in Sobibor vermoord.
In april 2020 is deze glossy in het dorp verspreid. Deze glossy is gemaakt in het kader van 75 jaar vrijheid op initiatief van Stichting Lokaal Austerlitz en Wereldkidz Pirapoleon. De leerlingen van groep 7 en 8 hebben inwoners geïnterviewd die kind waren in Austerlitz gedurende de Tweede Wereldoorlog. Daarnaast hebben ze verschillende soorten teskten geschreven over excursies, oorlog, vrede en vrijheid. Het blad is mede tot stand gekomen dankzij de financiële steun van de gemeente Zeist en de enthousiaste hulp van Marja Kuiper, Carol Dohmen, Anouk Snijders en Bronja Versteeg.