Waar heden en verleden samenkomen, ontstaan bezieling en inspiratie
terug naar HOME

foto's en verhalen  |  Opgravingen 

OPGRAVINGEN FRANSE TIJD

“En wat een prachtig kamp was dat. De officierstenten waren omringd door schaduwrijke bosjes met banken of ligstoelen op het grasveld, tuintjes versierd met bloemen, vazen of beeldjes, vijvers vol rode vissen en eenden, miniatuurboten en scheepjes en watervallen. De infanterie schoot op de schietschijf of voerde manoeuvres uit. De cavalerie werkte op een andere plek. De artillerie oefende op hun schietterrein. Ik ging daar graag kijken.” 

Generaal François Dumonceau (1804). Een ingekorte tekst afkomstig uit zijn memoires. In het voorjaar van 1804 liet generaal Auguste de Marmont de helft van zijn troepen samenkomen op de heide bij Zeist, in wat toen het Camp d’Utrechtwerd genoemd. Ter plaatse werden drie divisies gelegerd: twee Franse en één Bataafse, in totaal circa 18.000 man. Over een lengte van 3 km verrees een tentenkamp waaraan later ook barakken werden toegevoegd. In 1804 bouwden de manschappen hier als legeroefening een aarden piramide, die na de slag om Austerlitz in Tsjechië, de Pyramide van Austerlitz werd gedoopt.
Ruim 200 jaar later werd in opdracht van de gemeente Zeist door BAAC in een deel van het Frans-Bataafse legerkamp een proefsleuvenonderzoek uitgevoerd. Doel van het onderzoek was inzicht te krijgen in de exacte locatie en interne inrichting van het 19de-eeuwse kamp, maar ook om meer te weten te komen over het dagelijks leven van de militairen, de wasvrouwen en marketentsters.

Het archeologisch onderzoeklaat zien dat het kamp werd aangelegd in een kaal, golvend heidelandschap. In tegenstelling tot wat de historische bronnen vertellen, werd het terrein bij de aanleg van het kamp slechts oppervlakkig geëgaliseerd. Uit sporen van barakken, tentgreppels, waterputten, (afval)kuilen, paalkuilen en greppels kon afgeleid worden hoe het kamp was ingericht.

TOEN EN NU

Afmetingen en vorm van de tentgreppels waren te relateren aan de historisch bekende tentmaten voor soldaten versus officieren. De zone waar de soldatententen lagen bleek opvallend vondstarm.
Ter hoogte van de waterputten, de keukens en de barakken was dat anders. Het sociale leven speelde zich vermoedelijk vooral hier af. Opvallend was de grote hoeveelheid regimentsknopen, van het 11e regiment d’ infanteriede Ligne en de 104e demi-brigade d’ infanteriede Ligne. Uit historische bronnen weten we dat de soldaten iedere twee jaar een nieuwe uitrusting kregen met daarbij ook 48 reserveknopen. Door nauwkeurig te registreren waar dergelijke vondsten vandaan kwamen weten we welke eenheid waar gelegerd was binnen het kampterrein.
De kaart van het legerkamp uit 1805, bleek, in tegenstelling tot de verwachting, verrassend accuraat te zijn. De begrenzing van de zone waar de wasvrouwen verbleven, de open ruimte tussen de tentenrijen van de soldaten en de keukens, en de open ruimte tussen de divisietroepen, zoals tijdens het archeologisch onderzoek is vastgesteld, komt hiermee bijna exact overeen. Wel werden tijdens het archeologisch onderzoek meerdere inrichtingsfasen onderscheiden, die op de kaart niet zijn weergegeven. Zo blijkt de kaart een zeer nauwkeurige momentopname, maar geeft de archeologie een veel dynamischer beeld van de inrichting én hoe het er in een dergelijk kamp aan toe ging.
 J.R. Mooren en E. Ball, BAAC

 Bron: J.R. Mooren, 2015: Austerlitz, Franse kamp, een legerkamp uit de Napoleontische tijd. Inventariserend veldonderzoek door middel van proefleuven. Baac-rapport A-15.0038. ’s-'s-Hertogenbosch.